Hoopbarometer 2018: Nederlanders hebben redelijk vertrouwen in de toekomst

De meerderheid van de Nederlanders heeft vertrouwen in de toekomst daar waar het hun eigen leven en de economie betreft. Over maatschappelijke ontwikkelingen in de zorg, onderwijs en met betrekking tot veiligheid en klimaat zijn ze beduidend sceptischer.

Dit blijkt uit een meting met de Hoopbarometer door de Erasmus Happiness Economics Research Organisation (EHERO) en het Institute for Leadership and Social Ethics (ILSE) waarover onder andere de Volkskrant bericht. De barometer wordt mede mogelijk gemaakt door de Goldschmeding Foundation.

Met de Hoopbarometer wordt gemeten hoe hoopvol Nederlanders zich gemiddeld voelen en is daarmee mede een graadmeter over hoe Nederland denkt over de maatregelen uit het zes maanden geleden door VVD, CDA, D66 en ChristenUnie gepresenteerde regeerakkoord met de titel ‘Vertrouwen in de Toekomst’.

Polarisatie op de loer

Aan 1.600 Nederlanders zijn stellingen voorgelegd over hun hoop voor de toekomst. Met een 6,1 op een schaal van 1 tot 10 scoren Nederlanders gemiddeld net een voldoende op de multidimensionale hoopindex. Kwetsbare groepen, zoals werklozen, mensen met een laag inkomen of met een slechte gezondheid of veel eenzaamheid, scoren echter beduidend lager. Ruim een kwart van de Nederlanders scoort een onvoldoende (lager dan een 5,5) op de hoopindex.

Ruim de helft van deze groep heeft ook onvoldoende vertrouwen in maatschappelijke instellingen en vreemden. De tegenstelling tussen deze ‘wanhopigen’ en de rest van de maatschappij kan een mogelijk teken zijn van polarisatie tussen een groep mensen met weinig vertrouwen in hun huidige omgeving én de toekomst en degenen met betere kansen.

Wisselende verwachtingen

Met betrekking tot vertrouwen in de toekomst zijn twee dimensies onderzocht; verwachtingen van het komende jaar en vertrouwen in anderen en maatschappelijke instituten. Allereerst blijken Nederlanders erg wisselende verwachtingen te hebben voor verschillende dimensies van hun leven. Gemiddeld verwachten de meesten een verbetering van hun eigen leven in het algemeen, hun huishoudfinanciën en de economie.

Maar, ondanks dat het regeerakkoord stelt: “In de eerste plaats investeren we in de voorzieningen die van ons allemaal zijn. Iedereen moet zich verzekerd weten van een veilige, zorgzame en hechte samenleving. Daarom investeren we in defensie, politie, zorg, en onderwijs.” zijn Nederlanders juist pessimistischer over maatschappelijke ontwikkelingen in de zorg, het onderwijs en met betrekking tot veiligheid en het klimaat.

Religieuze instituten: 4,4

Verder zien we dat mensen doorgaans vertrouwen hebben in hun medemens, maar dat dit vertrouwen afneemt met de afstand; hoe verder iemand van hen afstaat, hoe minder vertrouwen zij hebben. Met een score van 5,6 hebben de deelnemers gemiddeld maar net voldoende vertrouwen in belangrijke maatschappelijke instituten. Wanneer we deze score uitsplitsen zien we dat deze wisselen van een gematigd positieve 6,5 voor de lokale politie tot een duidelijke onvoldoende (4,4) voor religieuze instituten.