Waarom werken we? Conferentie ‘De waarde van werk in de 21e eeuw’

Paul de Beer – Inleiding voor de conferentie ‘De waarde van werk in de 21e eeuw’, 15 februari 2018

In 1887 beschreef de Amerikaanse auteur Edward Bellamy in Looking backward hoe de economie in het Boston van het jaar 2000 georganiseerd zou zijn. Zonder die term te gebruiken was Amerika een socialistische heilstaat geworden. De sociale kwestie (of the labour question) uit Bellamy’s tijd was opgelost, doordat iedere burger verzekerd was van een vaste, goed betaalde baan in overheidsdienst. Sterker nog, iedereen verdiende hetzelfde. Wie zwaar werk deed, werd gecompenseerd doordat hij minder uren hoefde te werken. Wie uitstekend presteerde, werd beloond doordat hij een leukere functie kreeg, naar eigen keuze. En doordat alle nutteloze werk was uitgebannen, was het welvaartsniveau aanzienlijk gestegen.

Een vaste baan in loondienst. Dat is ook nu voor de meeste mensen nog het ideaal als het gaat om hun dagelijkse tijdbesteding. Dat had Bellamy goed voorzien. En liefst een baan waarvoor je, als je wordt gevraagd hoe het met je gaat, kunt antwoorden met: ‘druk, druk, druk’ (dat had Bellamy dan weer niet voorzien). Waar we vroeger werkten om te leven, lijken we nu steeds meer te leven om te werken. Nederland is dan ook een echte arbeidssamenleving. Maar waarom hechten we zoveel belang aan betaald werk? En waarom bij voorkeur in de vorm van een vaste baan? (…)

‘Waar we vroeger werkten om te leven, lijken we nu steeds meer te leven om te werken’

Is welvaart wel het doel?
Voor ons mag het vanzelfsprekend lijken dat de waarde van werk (mede) ligt in de welvaart die zij voortbrengt, maar dat is eigenlijk een typisch westerse gedachte. Het werk van antropologen leert ons dat in veel premoderne, ‘primitieve’ samenlevingen alleen wordt gewerkt om in de noodzakelijke levensbehoeften te voorzien. Zodra men die basale behoeften heeft bevredigd, stopt men met werken. Een subsistentie-economie wordt dat genoemd.

Terwijl economen ons leren dat onze behoeften onbegrensd zijn en er dus altijd schaarste zal heersen, hoe welvarend we ook worden, laten antropologen zien dat mensen ook met heel weinig tevreden kunnen zijn. Anders gezegd, schaarste los je niet op door steeds meer te produceren, maar door je behoeften te beperken. Is de opbrengst van de jacht groter dan verwacht of valt de oogst gunstig uit, dan gebruik je het meerdere niet om een luxer leven te leiden of bezittingen te verzamelen, maar om te delen met je stamgenoten of af te dragen aan het stamhoofd die er een feest mee organiseert. (…)

 

Werken als last
Nu is het idee dat arbeid een last is, van alle tijden. Dat begint natuurlijk al met Genesis 3:19: “In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten.” Zoals ik al even memoreerde, keken de oude Grieken en Romeinen over het algemeen neer op arbeid, en dan vooral fysieke arbeid. Die liet men dan ook het liefst aan slaven over. Alleen geestelijke arbeid, contemplatie, filosofie en het bestuur van de stadsstaat, was waardevol, maar die werd dan ook niet als arbeid gezien. Sterker nog, er bestond in die tijd niet één woord om alle soorten werk mee aan te duiden; het ging immers om geheel verschillende activiteiten.

Dat werk primair een last is, een opoffering, is zeker niet alleen een idee uit de tijd dat de meeste arbeid fysiek zwaar was. In feite is het nog steeds het dominante idee in de economische wetenschap. Die waardeert arbeid alleen als bron van welvaart, maar beschouwt het werken zelf als een opoffering van vrije tijd. Alleen vrije tijd levert in de standaard economische analyse ‘nut’ of behoeftebevrediging op. Maar om die vrije tijd prettig te kunnen besteden heb je wel geld nodig om consumptiegoederen aan te schaffen, en daarvoor moet worden gewerkt. (…)

‘De extrinsieke waarde van werk – werk als bron van inkomen – wordt steeds meer ondergeschikt aan de intrinsieke waarde’

Werken als lust
Eigenlijk komen we pas in de twintigste eeuw analyses tegen waarin de positieve aspecten van het werk overheersen. Deels heeft dat te maken met de ontdekking van onvrijwillige werkloosheid. Hoewel er eindeloos veel psychologische theorieën zijn over de factoren die werk motiverend of (psychisch) belastend maken, zijn de meeste toch een of andere variant op de bekende piramide van Maslov. Als eenmaal in de basale materiële behoeften is voorzien zoekt men in werk vooral sociale contacten, erkenning of status en zelfverwerkelijking.

Deze gedachte staat ook centraal in de momenteel populaire zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan. Volgens hen zijn mensen actieve wezens die hun potentie willen ontwikkelen. Mensen worden gedreven door hun behoefte om te leren en hun talenten te ontplooien. Bovendien willen zij graag zinvolle en bevredigende relaties met anderen opbouwen. De basisbehoeften van mensen zijn volgens deze theorie autonomie, competentie en verbondenheid. Wat algemener geformuleerd: de extrinsieke waarde van werk – werk als bron van inkomen – wordt steeds meer ondergeschikt aan de intrinsieke waarde.

‘Is die vaste baan in loondienst ook in de 21e eeuw nog de beste manier om waardevol werk te creëren?’

Een vaste baan in loondienst?

Dit korte overzicht van het denken over de waarde van werk door de eeuwen heen heeft in ieder geval laten zien, dat dit een heel recent, westers idee is. Het kan natuurlijk zijn dat de twintigste eeuw een nieuw tijdperk in de wereldgeschiedenis heeft ingeluid, waarin we hebben ontdekt dat een vaste baan in loondienst, met alle verworvenheden die daar in de loop van de afgelopen eeuw aan verbonden zijn, inderdaad de beste manier is om werk te organiseren. Dat de vaste baan het meest waardevolle werk oplevert.

Maar toch, het feit dat zoveel mensen met een vaste baan klagen over een hoge werkdruk, dat de autonomie in het werk aan het afnemen is, dat steeds meer mensen ervoor kiezen – en veel minder vaak ertoe gedwongen worden – om als zzp’er te gaan werken, roept de vraag op of die vaste baan in loondienst ook in de 21e eeuw nog de beste manier zal blijven om waardevol werk te creëren.

 

Lees de volledige inleiding van Paul de Beer via de link hieronder. De conferentie ‘De waarde van werk in de 21e eeuw’ afgelopen 15 februari vormde de afsluiting van het onderzoeksproject ‘De waarde van werk’ van het Amsterdams Instituut voor ArbeidsmarktStudies (AIAS), dat mede mogelijk gemaakt is door de Goldschmeding Foundation. Op de conferentie presenteerden de betrokken onderzoekers hun bevindingen.